sermoen Dries van Agt

Op 27 januari sprak Dries van Agt een sermoen uit:

Guirlande van vrede en de lessen die we daaruit kunnen trekken...

Utrecht en de politieke reformatie van Europa

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Utrecht maakt zich op voor een grootse viering van de naar deze stad genoemde en waarlijk historische Vrede van Utrecht. Dat is een prijzenswaardig initiatief. Hiermee had Utrecht zich nog prominenter  gepositioneerd in de wedloop om de ereprijs van Culturele Hoofdstad van Europa. Dat die prijs  aan uw stad voorbij gaat, toont – naar het voorkomt – aan dat de jury weinig benul heeft van de Europese geschiedenis. Aan historisch besef, voortspruitend uit kennis van de geschiedenis van de Lage Landen, ontbreekt het menige Nederlander trouwens ook.Daarom heeft het festijn dat Utrecht voor de komende maanden op touw heeft gezet grote educatieve waarde.

De Vrede van Utrecht 1713 is eigenlijk een guirlande van vredes. De veruit belangrijkste daarvan is het akkoord dat Groot-Brittannië en onze Republiek afsloten met de koning van Frankrijk. Wat later in hetzelfde jaar bereikten de Britten en de Nederlanders een vredesverdrag met Spanje, eveneens in Utrecht. In 1714 kwam vrede tot stand, buiten onze grenzen, tussen de keizer en Frankrijk. Weer een jaar later tussen Portugal en Spanje, wederom in Utrecht. Alleen het conflict tussen de weerspannig blijvende keizer en Spanje sleepte zich nog enkele jaren voort en werd tenslotte buiten Utrecht beëindigd. Het is een wat ingewikkeld verhaal. Maar het valt niet te betwisten dat de onderhandelingen, gehouden in Utrecht, cruciaal zijn geweest voor de uiteindelijke uitkomst: vrede in gans Europa. U hebt dus alle reden voor een klaterende viering. En het zou historisch gerechtvaardigd zijn die viering nog een aantal jaren voort te zetten. 

Overigens is Utrecht niet de enige locatie in Nederland waar vredesverdragen gesloten zijn. Rijswijk kan zich melden voor de vrede die in 1697 de Negenjarige Oorlog afsloot. Die oorlog was ontketend door Lodewijk XIV die, voortdurend op gebiedsuitbreiding uit, een inval had gedaan in de Pfalz. De Zonnekoning bemoeide zich ook met de gang van zaken in Engeland. Daar werd de katholieke koning Jacobus II verdreven en opgevolgd door zijn dochter Mary en haar calvinistische echtgenoot Willem III, tevens stadhouder van de Republiek der Zeven Provinciën, zulks zeer tot ongenoegen van de Roi Soleil. Al die beroering resulteerde in de vorming van de Grote Alliantie van Engeland met de Republiek en de keizer waarbij Spanje en anderen zich aansloten. Dat bondgenootschap bleek Lodewijk te machtig. Hij liet zich, tijdelijk, temmen in Rijswijk.

Ook hebben we de vrede van Nijmegen nog, gesloten in 1678. Die was ontvlamd doordat Louis XIV zich meester wilde maken van de Zuidelijke Nederlanden (ongeveer het land dat nu België en Luxemburg heet), die na de Vrede van Münster onder Spaans beheer waren gebleven. Dat lukte hem uiteindelijk niet. Hoewel: in het rampjaar 1672 (de regering radeloos, het volk redeloos, het land reddeloos) had de Republiek bijna het loodje gelegd. Nijmegen heeft jammerlijk verzuimd van de conferentie van 1678 op zijn beurt een nummer te maken, een destijds deerlijk gemiste kans.

 Hulde daarentegen aan Utrecht dat nu de trom wel roert. In deze stad werd het kluwen ontrafeld van conflicten die waren opgeroepen door botsende belangen bij de bezetting van de Spaanse troon na het kinderloos overlijden van de koning in Madrid in 1700. Aanvankelijk zag het er naar uit dat een kleinzoon van Lodewijk XIV die troon zou bestijgen, Philips van Anjou, een telg uit de Bourbons. Dat vonden de meeste andere machthebbers te gortig. Het Spaanse rijk, hoewel in verval, was nog steeds machtig, mede door zijn koloniën in de beide Amerika’s. En Frankrijk, onder de grijpgrage Louis Quatorze, was met zevenmijlslaarzen op weg naar de oppermacht in Europa. Bourbons aan het bewind zowel in Versailles als in Madrid, dat mocht niet gebeuren. De alliantie anti-Bourbon keerde zich in de Spaanse Successieoorlog tegen het machtsblok in wording. Na twaalf en, voor enkelen, nog een paar jaar kwam strijdend Europa in Utrecht tot rust. De gevaren van een Bourbon-dominantie (en trouwens ook van een eventuele Habsburg-dominantie, die nog even begon te dreigen) werden afgewend. Er kwam een pacificerend machtsevenwicht.

 Even tussen door: waarom werd Utrecht verkozen voor deze belangrijke  operatie? Mede om de Franse koning te paaien want die had fijne herinneringen aan deze stad. “Toen hij in het rampjaar 1672 met zijn leger voor de poorten verscheen, stonden de regenten al klaar om hem de sleutels te overhandigen”, zo lees ik in het Vrede van Utrecht magazine dat de organisatoren van deze middag mij hebben toegestuurd. Dat geschrift vertelt ook hoezeer het diplomatieke evenement voor Utrecht een opsteker was: “De notabelen verdienden stevig aan de verhuur van hun herenhuizen en personeel aan al die diplomaten. Ook de middenstand, van wagenmakers en bakkers tot dames van plezier, deed goede zaken. Het calvinistisch theaterverbod werd tijdelijk opgeheven en was muziek, vuurwerk en andere verpozing”. Al bij al waren wel vijftig diplomaten in Utrecht neergestreken, afkomstig niet alleen uit dadelijk betrokken landen maar ook uit andere die er een belang in zagen zich met de onderhandelingen te bemoeien. De onderhandelingen werden gevoerd in het Frans: niet om de Zonnekoning te eren maar omdat het Frans toen de taal bij uitstek was van de intellectuele en culturele elite van Europa.

De vredes creëerden machtsevenwicht zoals gezegd. Maar ingrijpende verschuivingen in de posities van deelnemende partijen waren er ook het gevolg van. Aan het imperialisme van Frankrijk werd een halt toegeroepen. Voorlopig althans want Napoleon deed een eeuw later opnieuw een gooi naar heerschappij over ons continent. Wel werd een Bourbon, onder de naam Philips V, koning van Spanje maar die moest wel zijn aanspraak op de Franse troon afzweren. De Oostenrijkse Habsburgers kregen de Zuidelijke Nederlanden en heel wat bezittingen in wat nu Italië is. Onze Republiek kwam er maar bekaaid af. Die verloor haar status van grote mogendheid. De hoofdprijs ging naar Groot-Brittannië. Brittania rules the waves, zo was het sindsdien, een supermacht die ook nog uitgestrekte wingewesten verwierf in wat later Canada is geworden. Maar wie post-Utrecht geloofde in langdurige stabiliteit zonder wapengeweld kwam bedrogen uit. Al in 1740 brak de Oostenrijkse Successieoorlog uit en weer was het hommeles in Europa.

 Zo is het de eeuwen door in Europa gebleven. Het summum van miserie werd bereikt in de vorige eeuw. In een imposant boek van Zbigniew Brzezinski – hij diende president Carter als National Security Adviser – lees ik: “The twentieth century became mankind’s most bloody and hateful century, a century of monstruous killings”. Hij kwalificeert de vorige eeuw als “the century of megadeath”. Een tweevoudige catastrofe was het: twee wereldoorlogen allebei ontbrand in Europa.

Onweerlegbaar is het dat de zestig jaar geleden begonnen Europese integratie ons continent heeft bevrijd uit de greep van steeds weerkerende oorlogvoering. Onbegrijpelijk is het dat die bevrijding nauwelijks meer wordt onderkend en gewaardeerd. Want het gaat niet alleen om het uitblijven van oorlog gedurende een al lange periode. Het gaat er bovendien om dat het gevaar voor oorlog in Europa voor de afzienbare toekomst is uitgebannen. Dat is een ommekeer in de geschiedenis.

Te weinigen in de Europese Unie beseffen dat nog. Naarmate vrede voortduurt lijkt die vanzelfsprekender te worden. Er is gemopper alom over de kosten van integratie en van de instellingen die ter bevordering ervan zijn opgericht. Er zouden te veel eurocraten zijn aangesteld met al te riante salarissen. Brussel bemoeit zich met zaken die ook, niet zelden beter, geregeld kunnen worden door de lidstaten zelf, zo wordt er gefoeterd. En dan die dure steunprogramma’s goeddeels ten laste van het nijvere en daardoor welvarende noorden van de Unie en ten bate van het chaotische, weinig arbeidzame en daardoor platzak geworden zuiden. De Unie is trouwens geen democratische organisatie. Het Europees parlement is een nogal machteloos instituut, naar veler opvatting, en het staat hoe dan ook te ver van ons vandaan.

Faliekant onjuist zijn deze en dergelijke punten van kritiek niet. Maar ze zijn merendeels zwaar overtrokken. Helaas leent deze toespraak zich er niet voor deze kritiek te weerleggen of te reduceren tot redelijker proporties. Wel mag ik, moet ik zelfs, aandacht geven aan een ideologische kwestie. Die betreft de roep om renationalisatie. Er is verzet tegen de voortgaande vergemeenschappelijking in de vervulling van overheidstaken. Er is een mentale rebellie tegen ideeën, plannen en besluiten die inbreuk maken op soevereiniteit. De Britten hebben die dwarsheid altijd gehad maar in continentaal Europa is er nu ook aversie. Frankrijk heeft daarvan blijk gegeven toen het, net als wij, tegen de Europese grondwet stemde. Dat Frankrijk of Nederland uit de EU zouden stappen is, alle narrigheid ten spijt, overigens ondenkbaar. Maar in Londen is dit wel een onderwerp van discussie geworden. De Britten zijn nooit van harte Europeaan geweest. Van waarachtige integratie hebben ze nooit willen weten. Van meet af aan zijn zij voorstander geweest van een louter intergouvernementele constructie zonder zeggenschap van bovenaf. Vandaar dat Londen er steeds voor geijverd heeft zoveel mogelijk landen binnen te halen in de Europese Unie: immers hoe breder de EU, des te minder diep zal zij worden.

Maar laten we het vandaag vooral over Nederland hebben. Nederland is introvert geworden, gefascineerd door de eigen navel. Idolaat van zichzelf. Moeten we collectief naar de psychiater om van deze geestvervorming te worden genezen? Verkieslijker lijkt het als wij ons toerusten met meer historisch besef. Want wie is zich ervan bewust dat Nederland pas vier eeuwen oud is. Brabant is er trouwens pas echt bij sinds de Bataafse Republiek en Limburg kwam nog een stuk later. In het licht van de geschiedenis van veelvouden van millennia is Nederland pas eergisteren geboren. Duitsland bestaat eigenlijk pas sinds Bismarck, Italië pas sinds Garibaldi. Frankrijk kreeg niet eerder gestalte dan in de 15e eeuw, Engeland eerder. Maar geen enkele Europese staat heeft een levensduur langer dan één ademtocht van moeder Aarde. Nationalisten zijn bijziend en enghartig. Voor alle geslachten is de wereld het enige echte tehuis geweest.

Ons onderwerp is vandaag wat er gebeurd is in het dertiende jaar van de 18e eeuw. De verleiding is onweerstaanbaar om van hieruit een sprong van precies een eeuw verder te maken. Dit jaar begint een reeks van herdenkende activiteiten onder de banier van 200 jaar Koninkrijk. In 1813 landde op het strand van Scheveningen de zoon van de laatste stadhouder van de Republiek. Prins Willem Frederik nam de titel Soevereine Vorst aan. In 1815 werd hij onder de naam Willem I koning, nadat Napoleon in de Slag bij Waterloo definitief was verdreven en het Wener Congres had besloten de Noordelijke Nederlanden samen te voegen met de Zuidelijke Nederlanden tot één staat. Helaas heeft deze vereniging maar kort geduurd. De opstand van 1830, ontketend in Brussel, maakte er al een eind aan. Toen ontstond België. Het aldus verkleinde Nederland ging alleen verder.

Vermeldenswaardig is het dat onze eerste koning Willem I niet door zijn eigen volk tot het koningschap is geroepen. Er zijn geen verkiezingen hierover geweest en geen referendum. Het is een groep van gezaghebbende notabelen geweest die de stadhouderszoon tot koning hebben gemaakt. In zijn ontstaan is ons huidige staatsbestel dus niet onberispelijk democratisch. Hoe dan ook, ons land is in het algemeen goed af geweest met de Oranje-monarchie. Niet elk van de opeenvolgende vorsten heeft een roemruchte staat van dienst, de overgrootvader van koningin Beatrix wel het minst. Maar waardering en dankbaarheid zijn we verschuldigd over de hele periode waarin vrouwen de Nederlandse kroon hebben gedragen, te beginnen eigenlijk met koningin-regentes Emma (al was zij formeel geen staatshoofd) en dan achtereenvolgens Wilhelmina, Juliana en Beatrix. Als binnenkort Willem Alexander tot het koningschap wordt geroepen als koning Willem V, torst hij de last van plaats te moeten nemen in deze eregalerij. Zijn komst mogen we in vertrouwen tegemoet zien.

Wat heeft dit alles te maken met de Vrede van Utrecht? Toen en daar is het expansieve Frankrijk van Lodewijk XIV aan de teugel gelegd. Maar lang heeft deze beteugeling niet geduurd. Een dikke tachtig jaar later kwamen de Fransen al weer terug. In 1795 trok generaal Pichegru de inmiddels vermolmde Republiek binnen. Dat gaf de stoot tot een omwenteling, de opmaat tot een centraal bestuurde staat met, voor het eerst, een (embryonale) grondwet en vrijheid van godsdienst voor alle gezindten, dus ook voor de katholieken. De generaliteitslanden, die onder het oude bestel wingewesten waren, werden op voet van gelijkheid bij het landsbestuur betrokken. In 1806 kwam het Koninkrijk Holland tot stand, met Lodewijk Napoleon, broer van de Franse keizer, als koning. Vier jaar nadien werd dat koninkrijk bij Frankrijk ingelijfd, voor luttele jaren slechts want de macht van Napoleon bezweek onder diens talrijke nederlagen. In 1813 was het met de Franse overheersing gedaan. Voor een goed begrip van de geschiedenis nadien moeten we wel voor ogen houden dat het Franse bewind zeker geen tirannieke bezetting is geweest. En ook dat een aantal belangrijke innovaties, in die periode ingevoerd daarna behouden zijn en dat de Oranje-vorst bij zijn overtocht naar Nederland een ingrijpend gereorganiseerd land aantrof dat al vertrouwd was geraakt met een monarchaal bestuur. De vanuit Parijs geparachuteerde koning was bovendien een beminnelijke vorst geweest die zijn taak met toewijding vervulde en sympathie had gewekt bij zijn Nederlandse onderdanen.

Wat hiervan ook zij, het staat vast dat in de voorgeschiedenis, de aanloop naar de stichting van het Koninkrijk der Nederlanden waarin wij nu leven, de herordening van Europa door de Vrede van Utrecht een medebepalende factor is geweest. Er zou wat voor te zeggen zijn om koning Willem IV straks niet in Amsterdam (zoals de Grondwet voorschrijft) maar in Utrecht in te huldigen.